SoundCloud Audio Player
SoundCloud Player

De muziek op deze CD laat een heel andere Johann Sebastian Bach horen dan diegene die we gewend zijn. Het gaat hier niet om de rijpere orgelwerken die we kennen uit zijn periode in Weimar en Leipzig, maar om een selectie van orgelmuziek uit zijn jeugdjaren te Ohrdruf, Lüneburg, Arnstadt en Mühlhausen, gecomponeerd tussen ca. 1700 en 1708. In deze vroege composities zien we voornamelijk invloeden van componisten die de jonge Bach rechtstreeks of onrechtstreeks had leren kennen.
Wanneer hij in zijn geboortestad Eisenach op 9-jarige leeftijd zijn beide ouders verliest, verhuist Johann Sebastian naar Ohrdruf en trekt er gedurende bijna vijf jaar in bij zijn oudere broer, de organist Johann Christoph Bach, zelf een leerling van de beroemde Johann Pachelbel. Door de vele partituren die zijn broer bezat, werd Johann Sebastian op jonge leeftijd ondergedompeld in de Midden- en Zuid-Duitse klaviermuziek van die tijd. Dit is duidelijk hoorbaar in de koraalbewerkingen uit de Neumeister-Sammlung (een collectie orgelkoralen waarvan er een dertigtal aan de jonge Bach worden toegeschreven), de Fantasie in c (genoteerd in Duitse orgeltabulatuur), de Zuid-Duitse geïnspireerde Canzona in d en de koraalbewerking Wie schön leuchtet der Morgenstern. Deze laatste compositie kennen we als één van Bachs oudst overgebleven handschriften.
Na zijn verblijf in Ohrdruf, reist de 15-jarige Bach in 1700 naar het Noord-Duitse Lüneburg om studies aan te vangen in de Latijnse school. Daar ontmoet hij organist G. Böhm bij wie hij in de leer gaat. Via Böhm komt Bach in contact met de Hamburgse organist J. A. Reincken. Beiden waren meesters op het vlak van de Noord-Duitse koraalfantasie en variatiekunst. Hun invloed horen we in Bachs kleine koraalfantasie Christ lag in Todesbanden en in de variaties op het koraal Ach, was soll ich Sünder machen. Ook in de Praeludium en Fuga in g BWV 535a is de Noord-Duitse invloed niet veraf. Van dit vroege werk, dat Bach later in Weimar herwerkte tot BWV 535, ontbreken de laatste maten van de fuga. De reconstructie van de fuga op deze CD-opname is gebaseerd op de laatste maten van BWV 535 en op de laatste maten van Bachs Praeludium in d BWV 549a dat wellicht in dezelfde periode is ontstaan als BWV 535a.

In 1703, na het voltooien van zijn studies in Lüneburg, krijgt Bach zijn eerste post als organist in Arnstadt. Van daaruit onderneemt hij een voettocht van 400 km lang naar Lübeck om er de beroemde D. Buxtehude te ontmoeten. Hij zou er vier maanden blijven, veel langer dan de voorziene vier weken.
D. Buxtehude hoort samen met J. A. Reincken en G. Böhm bij de grootste vertegenwoordigers van de 17de-eeuwse Noord-Duitse orgelmuziek. De zgn. Stylus Phantasticus die deze componisten in deze periode ontwikkelen, is te horen in de grote vijfdelige Toccata in g, de Praeludium en Fuga in a, en in de koraalbewerking Christus, der uns selig macht. Hoewel deze laatste twee werken traditioneel aan Bach worden toegeschreven, doen stilistische kenmerken een latere periode of zelfs een andere componist vermoeden.
Een breuk met het kerkbestuur van Arnstadt brengt Bach in 1707 als organist naar Mühlhausen waar hij over meer mogelijkheden beschikte om kerkmuziek te componeren. Tijdens zijn aanstelling op paaszondag van dat jaar, voerde Bach zijn cantate Christ lag in Todesbanden uit. Wanneer hij echter vijftien maanden later een baan als organist en kamermusicus krijgt aangeboden, trekt hij in 1708 naar het hof van Weimar waar hij bijna tien jaar zal blijven werken. Weimar betekende een keerpunt voor de toen 23-jarige jonge componist. Vanaf dan vermengen zich de typisch 17de-eeuwse Duitse stijlkenmerken, die hem tot dan toe beïnvloed hadden, met de nieuwe Italiaanse muziekstijl van o.a. A. Vivaldi die hij daar leerde kennen. Een tweede, grote scheppingsperiode breekt aan...
De vier sinfonia’s op deze CD komen uit de vroege cantates die Bach schreef te Arnstadt en Mühlhausen. Mits kleine aanpassingen en één enkele transpositie klinken deze instrumentale voorspelen wondermooi op orgel en is het haast ondenkbaar dat Bach ze zelf niet zo zou gespeeld of geïmproviseerd hebben.